In het najaar van 2022 reisde ik voor de tweede keer door Albanië. Mijn eerste kennismaking met het land was in 2019, toen Albanië nog een relatief onbekende bestemming was voor veel Nederlandse reizigers. Drie jaar later was het bijzonder om terug te keren en te zien hoe snel het land zich ontwikkelt.
Nieuwe wegen maken het reizen comfortabeler, er zijn meer accommodaties bijgekomen en in de steden vindt u steeds meer goede restaurants en sfeervolle terrassen. Tegelijkertijd heeft Albanië zijn authentieke karakter behouden. Juist die combinatie van ontwikkeling en authenticiteit maakt het land zo interessant.
Tijdens deze reis trok ik van Tirana naar de Albanese Alpen, bezocht ik UNESCO-steden als Berat en Gjirokastra en sloot ik af aan de prachtige Ionische kust.
Mijn reis begon in Tirana. Het centrum bruist van de energie en overal ontstaan nieuwe restaurants, cafés en boetiekhotels.
Op het Skanderbegplein komen verschillende tijdperken uit de Albanese geschiedenis samen. Een van de meest indrukwekkende bezoeken vond ik echter buiten het centrum: Bunk'Art. Dit enorme bunkercomplex geeft een indrukwekkend beeld van het communistische verleden van Albanië. Terwijl u door de gangen en kamers loopt, krijgt u een goed beeld van hoe het land gedurende tientallen jaren afgesloten was van de buitenwereld.
's Avonds aten we o.a. in het Tirana Castle. Dit voormalige fort is tegenwoordig een sfeervolle plek vol restaurants en terrassen. Het is een ideale locatie om kennis te maken met de Albanese keuken en de gezellige sfeer van de stad.
Vanuit Tirana reed ik richting Shkodra, gelegen aan de rand van de Albanese Alpen. Hier bezocht ik het Rozafa-kasteel, dat hoog boven de stad uittorent.
Een bijzonder detail was dat ik het kasteel bezocht vlak nadat hier opnames hadden plaatsgevonden voor het televisieprogramma Wie is de Mol?. Extra leuk, om dit een tijd later nog eens terug te zien op tv.
Het is een indrukwekkende locatie, met prachtige uitzichten over het meer van Shkodra, de rivieren en de bergen in de verte.
Een van de hoogtepunten van mijn reis was zonder twijfel het verblijf in Theth. Tijdens mijn eerste bezoek aan Albanië was deze regio nog veel moeilijker bereikbaar. Inmiddels is de weg aanzienlijk verbeterd, waardoor het dorp toegankelijker is geworden zonder dat het zijn karakter heeft verloren. De rit naar Theth is al een belevenis op zich.
De weg slingert door de bergen terwijl achter iedere bocht weer een nieuw uitzicht verschijnt. Eenmaal aangekomen lijkt het alsof de tijd heeft stilgestaan. Een boerendorp die helemaal in trek is bij hikers.
De accommodaties zijn eenvoudig, maar dat hoort juist bij de ervaring. Hier draait alles om de natuur. We maakten een wandeling naar het beroemde Blue Eye, een helderblauwe bron die verscholen ligt tussen de bergen. Het water heeft een bijna onwerkelijke kleur en vormt een van de mooiste natuurverschijnselen van Noord-Albanië. Wat mij vooral bijbleef was de rust. Geen druk verkeer, geen grote hotels, alleen indrukwekkende natuur en een gastvrije lokale bevolking.
Na Theth vervolgde ik mijn reis via het Komani-meer. Deze ferrytocht wordt vaak genoemd als een van de mooiste boottochten van Europa en dat is niet overdreven.
Gedurende enkele uren vaart u tussen steile bergwanden die rechtstreeks uit het water lijken op te rijzen. Het landschap doet eerder denken aan een fjord in Noorwegen dan aan de Balkan.
Aan de andere kant van het meer ligt Valbona, een rustig bergdorp waar het leven nog altijd in een ontspannen tempo verloopt. Hier geniet u van wandelingen door het dal, de frisse berglucht en het uitzicht op de omliggende toppen van de Albanese Alpen.
Onderweg naar centraal Albanië bracht ik een bezoek aan Kruje. Deze historische stad speelde een belangrijke rol in de strijd tegen de Ottomanen en wordt nog altijd gezien als een symbool van de Albanese onafhankelijkheid.
De oude bazaar is een gezellige plek om rond te wandelen en lokale producten te bekijken. Vanaf het kasteel heeft u bovendien een prachtig uitzicht over het omliggende landschap.
Vervolgens reisde ik naar Berat, misschien wel de mooiste stad van Albanië. De witte Ottomaanse huizen die tegen de heuvel zijn gebouwd, bezorgen de stad haar bijnaam: de Stad van de Duizend Ramen.
Het historische centrum is prachtig, maar wat mij misschien nog wel het meest verraste was het eten. In Berat hebben we uitzonderlijk goed gegeten. Tijdens meerdere diners maakten we kennis met de lokale keuken, waarbij verse producten, regionale specialiteiten en uitstekende Albanese wijnen centraal stonden.
De combinatie van cultuur, geschiedenis en gastronomie maakte Berat voor mij een van de hoogtepunten van de reis.
Verder naar het zuiden ligt Gjirokastra, een andere UNESCO-werelderfgoedstad. De karakteristieke stenen huizen geven de stad een unieke uitstraling en vanaf het kasteel heeft u een prachtig uitzicht over de Drino-vallei.
Een van de meest indrukwekkende bezoeken vond ik de Cold War Tunnel. Dit enorme ondergrondse gangenstelsel werd tijdens het communistische regime aangelegd als schuilplaats voor de politieke elite. Samen met Bunk'Art in Tirana gaf dit bezoek een indrukwekkend beeld van een periode die nog altijd zichtbaar aanwezig is in Albanië.
Na alle cultuur en natuur was het tijd voor de kust. Ik reisde naar Himarë, een van mijn favoriete plaatsen aan de Albanese Rivièra.
Vanuit Himarë maakten we een boottocht langs de kust. Vanaf het water krijgt u een heel ander perspectief op de regio. Verborgen baaien, kleine strandjes en steile kliffen wisselen elkaar af terwijl het water opvallend helder blijft.
Tijdens mijn verblijf bezocht ik ook Ksamil. De stranden zijn zonder twijfel prachtig en het water heeft bijna Caribische kleuren. Toch vond ik de sfeer hier minder aangenaam dan in de andere kustplaatsen die ik bezocht. Ksamil voelde toeristischer aan en minder gastvrij dan bijvoorbeeld Himarë of enkele van de kleinere dorpjes langs de kust.
Juist die kleinere plaatsen geven naar mijn mening een beter beeld van de charme van de Albanese Rivièra.
Voor de terugreis naar Tirana koos ik de route over de Llogara-pas. Dit is zonder twijfel een van de mooiste autoroutes van Albanië. Terwijl u omhoog rijdt, openen zich steeds nieuwe uitzichten over de Ionische Zee en de kustlijn.
Onderweg stopten we regelmatig om foto's te maken en simpelweg van het uitzicht te genieten.
Na twee weken reizen realiseerde ik mij opnieuw hoe veelzijdig Albanië eigenlijk is. Van de moderne sfeer in Tirana tot de rust van Theth en Valbona. Van de historische straatjes van Berat en Gjirokastra tot de stranden van de Ionische Zee.
Wat mij misschien nog wel het meest opviel, was hoe het land zich sinds mijn eerste bezoek in 2019 heeft ontwikkeld. Reizen is gemakkelijker geworden en het toeristische aanbod is gegroeid, zonder dat Albanië zijn eigen karakter heeft verloren.
Voor reizigers die houden van cultuur, natuur, gastvrijheid en bestemmingen die nog niet volledig door het massatoerisme zijn ontdekt, blijft Albanië wat mij betreft een van de meest interessante landen van Europa.